-
1. Produktieve -“tonnen”- rassen en hooggehaltige rassen; kan ik met een “tonnen” ras ook een goed suikergehalte halen?
-
2. Wat is diploïd?
-
3. Wat is triploïd?
-
4. Waarom is het suikergehalte soms zo wisselend?
-
5. Wat is de oorzaak van lage suikergehaltes?
-
6. Waarom is de tarra soms zo wisselend?
-
7. Waarom hebben we in Ned.zo'n snelle wisseling van de rassen?
-
8. Wat is de beste zaaiafstand per grondsoort?
-
9. Wat is het beste tijdstip van zaaien?
-
10. Waarom komen niet alle zaadjes op die gezaaid worden?
-
11. Ik vind de prijs van het bietenzaad zo hoog. Hoe komt dat?
-
12. Welk ras is van welke firma(kleur)?
-
13. Waarom krijgen mijn suikerbieten wortelbrand ondanks het gebruik van Tachigaren?
-
14. Onkruidbieten en schieters
-
15. Moeten suikerbieten geschoffeld worden?
6. Waarom is de tarra soms zo wisselend?
Bij tarra geldt eigenlijk hetzelfde als bij suikergehalte. Variaties tussen percelen en binnen percelen spelen een rol, evenals het effect van de monstername. Verder spelen bij tarra nog de koptarra, de rooi- en eventueel reinigingstechniek en de manier van opslaan van bieten een rol. Tenslotte worden rotte bieten of bietdelen (bijvoorbeeld bij rhizoctonia) tot de tarra gerekend.